Wat is zelfconsumptie?

Zelfconsumptie slaat op de hoeveelheid elektriciteit die men onmiddellijk verbruikt op het moment dat zonnepanelen stroom produceren.

 

De mate van zelfconsumptie is o.a. afhankelijk van:

  • Het verbruikspatroon een woning of een bedrijfsgebouw
    • Zo gebruikt een bedrijfsgebouw meestal meer stroom op werkdagen dan een woonhuis. In het weekend, wanneer het bedrijf dicht is, zal de consumptie minder of zelfs nihil zijn.
    •  
  • Het aantal zonnepanelen
    • Hoe kleiner het aantal zonnepanelen, hoe groter de zelfconsumptie. Door de saldering-regeling worden zonnepanelen voor kleinverbruikers vaak berekend ten opzichte van een jaar maximaal verbruik. Als het uitgangspunt direct verbruik is, kan het best zijn dat dit met minder panelen gunstiger is.
    •  
  • Jaargetijde
    • Als het zonnig en koud is produceren zonnepanelen relatief de meeste stroom. De productiepiek zit in de zomer. In de zomer wordt er vaak veel meer stroom geproduceerd dan er verbruikt wordt.
    •  

Zelfconsumptie op jaarbasis

Het direct verbruik van zonnepanelen bij woningen ligt tussen de 10% en 30% van de op jaarbasis geproduceerde stroom, afhankelijk van het aantal fasen van de aansluiting. Bij bedrijven is dit percentage hoger tot ca 50%. De zelfconsumptie is dus laag en dat verklaart het toenemende aantal problemen met het net. Alle zonnepanelen produceren immers tegelijk stroom en de afname is beperkt. Het net kan deze productiepiek niet altijd aan.

 

Zonnestroom optimaliseren

Er zijn een aantal mogelijkheden om zonnestroom te optimaliseren.

  • Ontwerp
    • Zonnepanelen werden zoveel mogelijk pal op het zuiden gelegd. Dat geeft nl. de hoogste opbrengst. Maar inmiddels weten we dat dit een piek in de productie geeft die minder gewenst is. Door zonnepanelen oost-west te oriënteren, ontstaat er een opbrengst die beter aansluit bij het verbruik. De opbrengst per jaar is dus wel lager maar de verdeling is gunstiger.
    • De keuze van de omvormer kan ook een gunstig effect hebben op het opwekpatroon. Een wat kleinere omvormer kan soms gunstig zijn.
    •  
  • Curtailen
    • De productie van een zonne-installatie kan verminderd worden als bv. het net het niet aankan. Dit noemen we curtailen of aftoppen. Er wordt dan tijdens piekmomenten zonnestroom weggegooid. Het gaat dan om een klein percentage tijdens de productiepiek. Curtailen kan zo ruimte op het stroomnet geven.
    •  
  • Demand respons
    • Dit betekent dat we apparaten kunnen aansturen wanneer er bv. veel zonnestroom is. Zo kan men een boiler of een elektrische auto opladen wanneer er een hoge productie is. Dit kan uiteraard niet bij alle apparaten of heeft niet altijd zin. Zo wordt als voorbeeld vaak de wasmachine aangehaald maar het verbruik van een moderne wasmachine is zo laag waardoor de bijdrage zeer beperkt is aan het verminderen van de zonnestroompiek.
    •  
  • Opslag
    • Opslag van zonnestroom in batterijen is een aantrekkelijke manier om de piek te verminderen. In Duitsland en België is de vraag naar batterijen voor de opslag van zonnestroom flink toegenomen. Nederland blijft nog achter door de saldering-regeling en het ontbreken van een netwerk incentive. Met de daling in prijs van batterijen en de op handen zijnde aanpassing van salderen is de verwachting dat ook in Nederland meer batterijen geplaatst zullen worden.
    • Minder bekend is opslag via een boiler. Bij overproductie wordt een boiler opgewarmd, het warme water kan later gebruikt worden. Het is een relatief goedkope manier van opslag.